|
Bennie en Loes.
Onze tien beste prestaties aller tijden;
1995 1e Nat. Wroclaw
1998 1e Nat. Bergerac Sector 4
2001 1e Nat. St.Vincent Sector 4
2004 2e NPO Ruffec
2005 1e Nat. Ruffec Sector 4
2005 2e NPO Brive
2007 2e Nat. St.Vincent
2007 1e Nat. Montauban Sector 4
2008 2e Int. St.Vincent
2009 2e Nat. Bergerac Sector 4
2010 2e Nat. St.Vincent Sector 4
En alleen al vanaf 2001 zorgden de duiven van Bennie & Loes er voor dat de naam B. Homma Balk 37 maal op teletekst stond.
Balk in de zuidwesthoek van Friesland. Een van de weinige Friese plaatsen waar het naambord maar met één naam genoemd wordt, geen Friese vertaling nodig, gewoon Balk. Gelegen en gespleten door de Luts. Een oude handelsroute, een kanaal waarover de Elfstedentocht voert tussen de door de laatste ijstijd uitgesleten meren, en de in 19e eeuw aangelegde bossen van Gaasterland. In de duivensport is de naam Homma direct verbonden aan deze plaats. Hoe vaak stond de naam Homma in combinatie met Balk al op teletekst?
Het is inmiddels einde seizoen 2009. Een paar keer dit jaar heb ik met Bennie en Loes zitten wachten op de thuiskomst van de favorieten. Boven op de veranda, uitzicht richting het oosten, het gezicht rood na een dag in de brandende zon. Het uitzicht is geweldig over het grootste deel van Balk tot bijna het Slotermeer. Vol in beeld is het horizonvergezicht van Balk. Het schitterende bastion, de grote rooms-katholieke kerk welke mogelijk een peiler van herkenning voor onze gevleugelde vrienden is? Daar tegenover de enorm hoge, richting oosten gebogen bomen achter de winkelstraat. Tussen de huizen van de winkelstraat de groene ader de Luts. Komen de duiven van achter de hokken, is de kans groot dat ze vanaf het IJsselmeer komen. Vaak wordt de glijvlucht ingezet ter hoogte van de genoemde kerktoren, of toch meer vanuit het zuidelijke. Een samenknijpen van vleugels en een flitsende landing. Genieten in ieder geval, zeker als de Homma machinerie draait en aankomt op aankomst volgt, de trein in volle vaart.
Eind jaren ’70 ondernam Bennie zijn eerste stappen in de duivensport. Met zijn donkerbruine houten Benzing, zijn lange rieten mand en op klompen naar het duivenlokaal. Toen broer en achterbuurman Arnold als pionier van de zuidwesthoek als eerste richting de klassiekers St.Vincent, Dax en Bergerac trok, ging ook bij Bennie het fondbloed sneller lopen. De thuiskomst van de 86e nationaal op een zware St.Vincent was zo indrukwekkend, dat het hart en ziel verkocht werd aan de zware fond. Een donkerkras Belgische aanvliegster arriveerde net voor de zondagmiddag op de houten hokken, toen nog onder de hoge bomen in de Bloemstraat op de zware editie van 1986.
De volgende stap was de zoektocht naar echte duiven voor de overnacht. In die jaren was de grootmeester van de grote fond in het noorden Herman Brinkman. Zijn vechters met als basis de erfenis van het gouden Van der Wegen bloed gloreerde begin jaren ’90 en bleek onverslaanbaar vooral bij hard weer. De aankoop van het Tukse goud bleek uiteindelijk de beste en kon niet anders dan de basis vormen van de huidige kolonie uit graniet geslagen luchtstrijders. Op hetzelfde moment regeerde de Combinatie De Jong-Dekkers in het zuiden de ZNB, ook hun basis werd gevormd door de Van der Wegens. Deze regerende kolonies bijeen, plus daarbij de welkome Van Wanroy genen van Jo Hendriks, en het Urker fondbloed van Klaas Woord en de sprong richting groter podium kon worden gemaakt. Kampioenen kweken kampioenen, succes verzekerd.
Bennie en Loes trokken naar de andere kant van de Luts, en nestelden zich in het vlakbij gelegen Wyckel. Daar werd begonnen met de opbouw en selectie van geharde kilometervreters. Op nest werd en wordt er gespeeld. Eerst werden alle neststanden geprobeerd, een systeem zou zich ontvouwen waarbij toch meest de duivinnen het mooie weer zouden gaan bepalen. In die eerste jaren waren het toch meer de Groningers en Drenthen die de massa en uitslag bepaalden, en werd het van de vlieglijn breken richting de zuidwesthoek een extra harde selecteur. Langzaam maar zeker ontstond een selectie duiven die opgewassen was tegen concurrent, kilometers en omstandigheden. Kopprijzen werden gepakt op Limoges, en de prijzenreeksen werden langer en langer. Vooral de nationale klassiekers St.Vincent en Bergerac, gesteund door de systematiek, werden meer en meer favoriet.
De eerste echte grote slag werd in 1995 geslagen met de toch niet geheel onverwachte nationale overwinning vanuit het Poolse Wroclaw. In 1994 werd deze losplaats voor het eerst aangedaan door de toenmalige FUNN, en wisten twee tweejaarse talenten van de Homma kolonie zich van voren in de uitslag te melden. Als driejaarsen zouden zij op de enig gehouden meerdaagse fondvlucht vanuit het vroegere Duitse Breslau, de nationale overwinning en de vijfde nationaal pakken tegen bijna 3400 duiven. De race over 800 kilometer was pittig, met maar één duif die boven de 1000 mpm zou blijven en een concoursduur van anderhalve dag. De donkerkras duivin en de aaidoffer, later omgedoopt tot De Vijfde Wroclaw waren zoon en dochter van De Oude duivin. Deze 833 was een rechtstreekse Brinkman duivin van 1989, en nog een kleindochter van De Schoorsteen en de Bergerac, met bladgoud geschreven duivenhistorie in twee namen. Het bloed van deze oude duivin stroomt nog steeds rijkelijk door de huidige kolonie winnaars.
Op een zware Bergerac in 1996 was er een jaarling duivinnetje die zich plots van voren melde op het einde van de middag. Een klein kras duivinnetje, kleindochter van de Oude duivin miste maar net haar eerste teletekst en pakte de 11e nationaal tegen bijna 4000 duiven. Twee jaar later werd ze naar hetzelfde station gestuurd en wist het hele pakt van de noordelijke sector achter zich te laten. Met een aankomt net voor 8 uur in de ochtend werd dit de tweede nationale overwinning op een toch weer lastig verlopen vlucht.
St.Vincent is voor Bennie en Loes dé klassieker der klassiekers. In 2001 werd de honger naar de overwinning gevoed door een 5-jaarse nestduivin die het hoogste schavot ging bestijgen. Inmiddels was er terug verhuisd van Wyckel naar Balk, terug op het oude nest. De duiven gingen mee, en deze St.Vincentwinnares voelde zich in ieder geval prima thuis in het Lutsdorp. Vloog ze een jaar eerder in Wyckel al van voren op St.Vincent, een jaar later was ze niet te volgen door haar noordelijke concurrenten. In de afstamming vinden duiven van het eerste uur terug.
Was de vooronderstelling dat de Homma duiven alleen maar geschikt zouden zijn voor het harde en zware labeur van de 1000 kilometer vluchten met kopwind? In 2005 werd anders bewezen. Een nieuw talent stond op. Een jaarling duivin die de wetten der natuur ging tarten en het vliegen in het donker eigen had gemaakt. Arriveerde ze op haar luchtdoop op de meerdaagse op de eerste Ruffec al in het ochtendgloren, op haar tweede Ruffec zette ze haar bazen in het voetlicht. Weer moet ze een deel van de nacht hebben om thuis te komen want met haar tweede vroege aankomst wint ze de 1e in sector IV tegen ruim 4100 duiven. Haar afstamming is een parel en toont aan vader en moederskant het gouden Brinkmanbloed van de Oude duivin en de Brinkmankweker ’94. Haar ouders zijnde de Burgemeester en Poeske doorstromen de huidige kolonie racers. Inmiddels is het ‘Ruffecje’ één van de pijlers en topvererver.
Het jaar 2007 werd het seizoen der nachtvliegers, en in de geschiedenis van de meerdaagse fond waarschijnlijk het jaar der openbaringen dat het anders moet. Overwinningen en asduiven werden bijna voorspelbaar, allen aan de achterkant van de provincies, daar waar de afstanden het langst zijn door een door de duiven zelf achterhaalde rekenmethodiek. Op St.Vincent was het Tweety, kleindochter van de Brinkman Kweker, die door de methodiek verslagen werd met haar nachtelijke aankomst om 4.00 op een race over 1145 kilometer. Een schitterende 2e nationaal over geheel Nederland tegen bijna 26000 duiven werd haar deel, verslagen door een duif die een paar handen meer kilometers op de fictieve teller zou hebben en daarvoor negentig minuten langer over mocht doen helaas. De Homma trein raasde op deze St.Vincent met nog twee vroege aankomsten en een kluwe duiven voor het middaguur. Perigueux en Bergerac werden wederom ontsierd door een handvol nachtelijke aankomsten. Mooiste vlucht van het jaar werd de ingelaste Montauban. Warm weer, 1000 kilometer op de teller en wind op kop. De overwinning in sector IV was een echte Homma overwinning met vier duiven op teletekst in het concours van bijna 800 duiven. Dochter van wederom De Burgemeester toonde een mankement aan haar vleugel afgewend te hebben, en pakte haar rechtmatige overwinning. Toch nog gerechtigheid was de uitspraak van de dag.
Nu zijn we 2009. Een schitterend seizoen achter de rug, wat eerlijk gezegd nogal haperend van start ging. Er werd gas teruggenomen, een vlucht overgeslagen, en de beloning was daar. Op de laatste twee vluchten werd hardhandig de concurrentie uit de zitstoel geworpen. Op Montauban vielen ze al weer ouderwets met een 9e positie op teletekst. Bergerac werd een kleine overrompeling met een 2e en 3e in de sector IV. De afsluiter van het seizoen werd Bordeaux en met vier duiven op teletekst lijken de messen geslepen voor het volgende seizoen. 2010 is al begonnen. Lachende Homma gezichten, stil in gedachten, die de honger naar de overwinning nog lang gestild hebben, concurrentie pas maar op, de nieuwe generatie staat alweer klaar.
|
|